
In de christelijke wereld zeggen we het vaak tegen elkaar: “Je bent goud waard!” Een prachtige uitspraak, maar laten we er vandaag eens wat dieper op ingaan.
Tijdens mijn stille tijd werd ik stilgezet bij de uittocht van de Israëlieten uit Egypte. Hun status daar was die van een zwaar mishandelde slaaf. In de ogen van de Egyptenaren waren zij niet meer dan een werktuig; ze waren in hun ogen weinig waard.
Maar na de tien plagen gebeurt er iets bijzonders. Bij hun vertrek geven de Egyptenaren de Israëlieten massa’s sieraden en kostbaarheden mee. Ze vertrokken niet met lege handen, maar waren plotseling schatrijk! Ze gingen op weg naar een beter leven, gepakt en gezakt met goud en zilver.
Gouden kalf
Waar gaven de Israëlieten hun kostbaarheden aan uit? In eerste instantie gaven ze een deel aan het gouden kalf. Het gouden kalf dat er gekomen was vanuit frustratie en onduidelijkheid. Vanuit een te lange afwezigheid van Mozes en misschien wel het idee dat ze in een illusie hadden geloofd?
Het doet me denken aan de kostbaarheden in mijn leven. Ik ben best wel eens door diepere dalen gegaan. Diepe dalen die pijnlijk waren en me ook wel wat het gevoel van nutteloos- en minderwaardigheid hebben gegeven. Die uittocht uit mijn verleden, mijn denken, mijn kwetsuren is er eentje met vallen en opstaan.
Toch heb ik juist in die diepe dalen kostbaarheden mogen ontvangen. Pareltjes van wonderlijke openbaringen van onze hemelse Vader. Pareltjes die ervoor zorgen dat ik mensen mag bemoedigen en soms een tijd naast hen mag staan, pareltjes die mijn gezin rijker maken.
En soms… soms geef ik deze pareltjes aan de verkeerde dingen. Dan bouw ik mijn eigen ‘gouden kalf’: een overlevingsmechanisme dat me schijnbare bescherming biedt of me helpt om de controle te houden. Mijn eigen gouden kalf, gemaakt van het goud dat God mij gaf.
De tabernakel
Gelukkig stopt het verhaal daar niet. Even later lezen we in Exodus dat God de Israëlieten oproept om hun kostbaarheden met Hem te delen voor de bouw van Zijn huis: de tabernakel. Het raakt me enorm als ik lees dat de Israëlieten vervolgens zóveel geven dat het te veel is. Er was sprake van zo’n overvloed dat de bouwmeesters moesten vragen of het volk kon stoppen met geven. Bijzonder, toch?
Toen ik dit las, bad ik: “Heer, maak me bereid om Uw koninkrijk te vullen met de kostbaarheden die U in mijn leven gegeven hebt.” Vaak verstop ik wel eens van mijn schatten uit onzekerheid of twijfel. Maar wat als God juist wil dat we daarin vrijgevig zijn? Wat als onze kwetsbaarheid en onze lessen precies de bouwstenen zijn die Hij wil gebruiken?
Bouw je mee aan Zijn koninkrijk?
Ook jij hebt kostbaarheden. We hebben ze allemaal! Of het nu een wijsheid is die je door schade en schande hebt geleerd, een talent, of simpelweg de tijd om naar een ander te luisteren.
Durf vrijmoedig te geven en te delen, precies daar waar jij nu bent. Hoe kwetsbaar of hoe sterk je je op dit moment ook voelt: je mag jouw goud uitdelen. En wees gerust, dat hoeft niet altijd groot te zijn. Juist in de kleinste gebaren wordt Zijn Koninkrijk zichtbaar.

Plaats een reactie