
Het is zaterdagochtend. Vandaag is een speciale dag. Mijn dochter neemt, samen met andere jonge en iets minder jonge lopers, deel aan een sponsorloop. Geen gewone wedstrijd, maar eentje met een doel: samen lopen ze 67 kilometer voor zendelingen. Ze zijn er klaar voor.
Ik had beloofd te supporteren. Ik had er zo naar uitgekeken. Mensen aanmoedigen doe ik graag, weliswaar meestal niet al roepend van aan de zijlijn. Voor de lopers zijn deze aanmoedigingen van onschatbare waarde. Dat mocht ik zelf ervaren toen ik een aantal jaar geleden mee liep.
Aanmoedigen
Enkele weken geleden passeerde ik als het ware toevallig langs een loopwedstrijd. Samen met een oud-collega stond ik aan de kant van de weg om mensen aan te moedigen die zij kende. Tussen de lopers ontdekte ik mijn schoonbroer. We waren allebei verrast elkaar te zien. Even later gingen we op een andere plek staan om hem opnieuw aan te moedigen. Ik vroeg mijn collega mee te supporteren voor mijn schoonbroer, niet goed wetend of hij dat fijn zou vinden. Later die dag kreeg ik een bedankingsberichtje van hem. Het was dus goed geweest om wel te supporteren.
Ik keek er dus naar uit om dit nog eens te doen. Maar toen ik opstond, was mijn stem verdwenen. Mijn lichaam gaf aan dat ik moest rusten en daar hoort supporteren niet bij. Jammer, pech, gefaald… Ik had het beloofd en kon het niet waarmaken. Mijn dochter tilde er niet zo zwaar aan als ik. Tranen schoten in mijn ogen. Ik was het beu.
Om toch wat rust te vinden, las ik verder in mijn boek. Het gaat over ‘stilte’. De babbelgrage schrijfster deed mee aan een stilteweekend. Voor haar gepland, voor mij niet, maar daarom niet minder waardevol.
Slachtoffer?
Deze ochtend tijdens mijn wandeling, waarbij mijn gedachten weer alle kanten opvlogen vroeg ik me af in welke rol ik kruip. De slachtofferrol? Wat is mij toch allemaal overkomen? Of niet… Mijn gedachten werden onderbroken door een schattige bosmuis die me recht in de ogen keek. Even stond de tijd, en mijn gedachten, stil.
In stilte… Ik schreef mijn zegeningen op. Gisteren tijdens mijn fietstocht naar het werk dacht ik ‘ooh God, het zou toch fijn zijn moest ik tussen de bomen een eekhoorn zien’. Met niet al te veel verwachting keek ik rond. Verward dacht ik even een ezel tussen de bomen te zien. Een ezel… Hier? Dat kan toch niet… Natuurlijk kan dat niet. Het was geen ezel, maar wel een prachtige ree die even verbaasd naar mij keek als ik naar haar. Wat een zalig moment!
In een mooi, gekregen schriftje schreef ik alles op, de muis, de ree, een leerling die de slappe lach had na het lezen van een grappig verhaal… Er verschijnt vanzelf een glimlach op mijn gezicht. Nee, ik wil niet in de slachtofferrol kruipen. Ik kies ervoor om naar de zegeningen te kijken en dankbaar te zijn.
Dankbaar
Waar ben jij dankbaar voor? Het lukt niet altijd om ons te richten naar het goede. Soms zitten we in zak en as, ook dan is God erbij! Hij vindt het niet erg dat we onze lasten en moeilijkheden bij Hem neergooien of het uitroepen. Bij Hem is het veilig.


Plaats een reactie