
Recent ontdekte ik dat mijn ene been korter is dan de ander. Deze ontdekking vond plaats omdat ik al langere tijd last heb van mijn heup. Het begon met intense pijn, zo hevig dat wandelen (mijn eeuwige hobby) niet meer mogelijk was. Intussen is die pijn minder scherp, maar ze is gebleven. Zitten, staan, wandelen: niets verloopt pijnloos.
De gevolgen? Wel, de dokter heeft me een lijst aan gevolgen die zichtbaar waren op de echo opgenoemd. Het was een lange lijst. Zó lang zelfs dat ik halverwege afhaakte. Ik onderbrak hem en vroeg liever naar de kern: wat is de oorzaak en wat kan eraan gedaan worden?
Hoe zit het de balans in mijn leven?
Dit doet me stilstaan bij mijn zoektocht naar balans in het leven. Niet te veel tv, voldoende rust. Genoeg uitdaging, maar ook weer niet te veel. Aanwezig zijn als mama. Stille tijd houden. Sociaal zijn. Naar de kerk gaan. Vriendelijk zijn. Helpen waar het kan.
De lijst lijkt eindeloos.
En anders dan de situatie met mijn heup zijn oorzaak en gevolg veel minder duidelijk.
Vandaag kijk ik naar die balans. Hoe hard ik ook zoek naar een evenwicht om (geestelijk) gezond te blijven, het voelt vaak als een onmogelijke opdracht. Ik bots op muren. Muren van mezelf, maar ook van mijn omgeving, van de maatschappij, van de kerk. Muren die pijn doen.
Het voelt alsof ik het wel wil, maar niet kan.
En soms, heel soms, lijkt die balans gewoonweg onbereikbaar.
Hoe omgaan met wat niet is?
Ik merk hoe hard ik ook mijn best doe. Soms bijna alsof mijn leven ervan afhangt. Waarom? Omdat ik ernaar verlang om het goed te doen. Omdat ik hoop dat als ik straks God mag ontmoeten dat Hij zal zeggen: ‘Goed gedaan, jij trouwe dienaar’.
Alsof die balans volledig afhangt van mijn inzet.
Alsof alles maakbaar is.
Alsof ik alles onder controle moet hebben.
Omgaan met wat niet is, ligt misschien in het accepteren dat het er niet is. Dat perfecte balans niet haalbaar is. Op het moment dat ik de pijn van het niet in balans zijn niet ervaar, vind ik het ook goed genoeg.
En toch… soms overspoelt de vermoeidheid me.
Soms overspoelt het gevoel van falen me.
De beperkte controle over omstandigheden. De confrontatie met mijn eigen grenzen.
Verstandelijk weet ik: dit is het leven.
Maar mijn hart wil het graag anders.
Toch denk ik dat hier de kunst ligt: leren leven met het besef dat perfectie in dit leven niet te bereiken is. Dat balans soms even voelbaar is, maar ook weer verdwijnt. En dat dat verdwijnen geen falen is.
Misschien mag het juist een verlangen zijn.
Een verlangen naar herstel.
Een verlangen naar de eeuwigheid.
De hoop dat het anders kan, niet nu, maar straks bij Hem.

Plaats een reactie