
Ken je dat moment
waarop alles in je vastloopt?
Waarop de weg vooruit vervaagt en elke stap te zwaar voelt.
Ziekte.
Omstandigheden.
Een innerlijke strijd die niet zichtbaar is voor anderen.
Soms zet het leven ons abrupt stil.
En soms wringt het nog het meest
dat dit niet lijkt te passen bij het beeld dat we hadden van God.
“Als dit Gods wil was…”
Paulus schrijft een brief aan Timoteüs terwijl hij in de gevangenis zit. Hij spoort Timoteüs aan om zich niet te schamen voor zijn gevangenschap.
Dat klinkt misschien vreemd, maar waarschijnlijk deden er toen heel wat meningen de ronde.
Uitspraken als:
“Als Paulus écht in Gods wil wandelde, zou God hem toch niet in de gevangenis laten zitten?”
“Als hij zo bruikbaar was voor Gods Koninkrijk, dan zou dit hem toch niet overkomen?”
Met andere woorden: er moest wel iets mis zijn met Paulus.
Herkenbaar?
Ook vandaag, soms hardop, soms stil vanbinnen, stellen we diezelfde vragen. Over anderen. En misschien nog vaker over onszelf.
Aan de drempel van een nieuw jaar
We staan vlak voor 2026. Dat is vaak een moment waarop we terugkijken.
Op wat geweest is. Op wat pijn deed. Op wat we niet hadden zien aankomen.
Misschien vraag je je af waar God was in al dat lijden.
Of misschien twijfel je of God je wel echt graag ziet, omdat er zoveel is misgelopen.
Misschien zie je ertegenop om 2026 tegemoet te gaan,
omdat het vertrouwen dat Gods wil zal gebeuren niet vanzelfsprekend meer voelt.
Paulus had het ongetwijfeld ook liever anders gezien.
En de gelovigen van toen hadden waarschijnlijk ook andere ideeën over hoe Gods wil eruit zou moeten zien.
Toch zegt Paulus: “Schaam je niet.”
Gods werk, zelfs in gevangenschap
Paulus was ervan overtuigd dat Gods wil gebeurde, zelfs in de gevangenis.
Los van alles wat hij had kunnen doen als hij vrij was, vond hij een manier om juist daar door God gebruikt te worden.
Dat roept bij mij een confronterende vraag op.
Wat als we ons lijden, onze “gevangenschap”, niet langer zien als straf?
Niet als bewijs dat we iets fout deden.
Niet als een eindeloze “wat als…”.
Wat als we ervoor kiezen om ons niet langer te schamen voor wat ons overkomt?
Om ons innerlijk lijden niet langer te verstoppen.
Om kwetsbaar te durven zijn en God toe te laten om juist daar zijn werk te doen?
Zou 2026 er dan anders uitzien?
Zouden we dan met andere ogen kijken naar ons eigen lijden, en dat van de ander?
Met het oog op de eeuwigheid
Paulus herinnert ons eraan om onze ogen gericht te houden op de eeuwigheid.
En toch merk ik
hoe vaak ik de hemel hier wil vinden.
Hoe ik verlang dat alles nu klopt,
nu geheeld wordt,
nu betekenis krijgt.
Maar wanneer mijn hoop vastzit aan het tijdelijke,
is teleurstelling nooit ver weg.
Wat als ik mijn blik verruim?
Wat als de eeuwigheid zwaarder mag wegen
dan wat vandaag zichtbaar is?
Die beweging wil ik maken richting 2026.
Ga je met me mee?

Plaats een reactie