
Een vraag tijdens de lunch
We zaten lekker te lunchen met een 10-15 tal collega’s. Het was gezellig, ongedwongen. Tot een collega zich bij ons zette, ze vroeg luid en duidelijk:
”Hoe denk jij eigenlijk over mij?”
Ik keek haar even verbaasd aan. Waar ging deze vraag naartoe?
Ze vervolgde:
“Awel, jij gelooft toch in God? En de kerk heeft het toch niet zo op mensen zoals ik… je weet wel… lesbische mensen.”
Er viel een stilte. Niet alleen om ons heen, maar vooral in mij. Mijn geloof? Doet dat haar twijfelen aan hoe ik haar zie? Ziet ze dat niet in de manier waarop ik met haar omga wie ze voor mij is? Waar komt dit wantrouwen vandaan?
Tussen eerlijkheid en voorzichtigheid
Ik voelde spanning in me opkomen. Ik wilde haar niet kwetsen, maar ook eerlijk zijn. Haar vraag raakte aan een worsteling die ik diep vanbinnen ken: wat zegt de Bijbel hierover, en hoe ga ik daarmee om in het dagelijks leven?
Ondertussen waren alle collega’s stilgevallen. Alle ogen waren op mij gericht, iedereen luisterde mee.
Ik zei dat ik haar waardeer als collega. Dat ik haar met plezier zie binnenkomen, dat ik met haar kan lachen, overleggen, samenwerken. Haar geaardheid verandert daar niets aan. Mijn geloof verandert daar niets aan. Het verdiept hooguit mijn verlangen om elk mens met liefde te benaderen.
Ik vertelde dat geloven voor mij een persoonlijke keuze is. Ik kan niet van anderen verwachten dat ze zich houden aan richtlijnen waar ze zelf niet voor gekozen hebben. En zelfs ik worstel er soms mee. Niet alles wat ik in de Bijbel lees, begrijp ik meteen. En sommige dingen vind ik, eerlijk gezegd, gewoon moeilijk. Maar ik kan ook niet doen alsof ze er niet staan. Die spanning draag ik met me mee, tussen wat ik lees, wat ik geloof, en wat ik in het echte leven tegenkom.
De pijn van ervaringen
De collega’s begonnen zich er stilaan in te mengen. Iemand zei iets over Paulus die een vrouwenhater was, een ander over de teleurstellingen die de kerk had veroorzaakt. De pijn was voelbaar. En ook dat raakte me. Want ja, dit was hun ervaring met de kerk, de bijbel, met gelovigen. Dingen die schuren.
Later dacht ik terug aan die lunch, door een ander gesprek dat ik had. Ik merk steeds vaker dat er binnen christelijke kringen heel uiteenlopende meningen bestaan over gevoelige thema’s: seksualiteit, echtscheiding, opvoeding, positie van de vrouw, machtsstructuren in de kerk…
Soms lijkt het alsof we, binnen én buiten de kerk, altijd wel iets vinden om tegenover elkaar te staan – in plaats van naast elkaar. En vaak raken die thema’s mensen diep.
Een God van relatie
Deze ochtend las ik in Ezechiël. Wat me raakte, was hoe vaak God daarin zegt dat Hij zijn volk wil laten zien dat Hij van hen houdt. Hij roept hen op om Zijn aangezicht te zoeken en te stoppen met te steunen op hun eigen inzichten. Hij wil voorzien in alles wat nodig is, maar wel binnen relatie met Hem. Niet als systeem van regels, maar als een weg samen.
En dan komt de vraag bij mij op:
Hoe verhouden theorie en praktijk zich tot elkaar?
De Bijbel geeft ons een kader, geen ijzeren kooi, maar een richting. Een uitnodiging. Een spiegel. Ik geloof dat Gods richtlijnen voortkomen uit Zijn liefdevolle hart. Niet om te beperken, maar om te beschermen. Voor ieder mens. Niemand uitgezonderd.
Maar als ik naar Jezus kijk, zie ik iemand die op de sabbat, de heilige rustdag, geneest. Iemand die de overspelige vrouw beschermt in plaats van haar te laten stenigen. Iemand die melaatsen aanraakt, tegen alle regels in. Ik lees ook dat God in het Oude Testament zegt dat de rechtvaardige zal leven, maar dat in Ezechiël staat dat zowel de rechtvaardige als de goddeloze kunnen omkomen.
Theorie en praktijk
Zou het kunnen dat de Bijbel, hoe kostbaar ook, te klein is om de volheid van Gods wijsheid te bevatten? Dat God groter en liefdevoller is dan we ons kunnen voorstellen? Dat geen bibliotheek op aarde voldoende ruimte zou hebben om Zijn wijsheid volledig uit te schrijven?
Ik zeg dit niet om Bijbelteksten weg te redeneren. De Bijbel is wat hij is, en verdient ALLE respect. We kunnen de Bijbel niet zomaar van tafel vegen. Maar laten we ook niet vergeten hoe beperkt wij zijn in ons kennen en begrijpen – ook als het gaat om het interpreteren en toepassen van de Bijbel.
Soms weten we het gewoon niet. En misschien hoeven we het niet altijd te forceren.
Misschien gaat het niet om het trekken van de theologische kaart, maar om het bewandelen van een liefdevolle weg, naast elkaar, met elkaar, zoekend naar God. Misschien in blijvende onwetendheid. Maar hopelijk altijd in nederigheid en afhankelijkheid van onze Alwetende Vader.

Plaats een reactie