
Wanneer ‘groot’ te groot voelt
Afgelopen zomer zat ik op een conferentie. Zo eentje met veel stoelen, aanbidding, opbouwende preken en gebed dat diep kon snijden. Na elk blokje onderwijs kon je naar voren gaan om voor je laten bidden. Soms werd er iets over je uitgesproken: een beeld, een woord, een bemoediging — of iets waar je hart van krimpt, juist omdat het ergens te diep resoneert.
Ik liet af en toe voor me bidden door verschillende mensen. En steeds weer kwam het: “Je gaat een grote bediening starten.” En in mijn hoofd klonk het telkens nuchter en bijna droog: “Dank je, maar klein is ook prima, hoor.”
Ook op de laatste avond liet ik voor me bidden, misschien stiekem hopend op iets anders. En ja hoor: wéér diezelfde boodschap.
Ik moet eerlijk zijn: ik raakte er geïrriteerd van. Niet omdat ik ondankbaar ben. Maar omdat ik het niet wíl. Ik voel me daar niet toe geroepen. Ik heb geen zin in al die verantwoordelijkheid, de druk die ik dan over me heen voel vallen als een te zware mantel. En vooral: ik geloof niet dat ik dat aankan.
Comfortzone, waar ben je?
Een paar weken later, ergens tussen het opruimen van mijn gedachten en een wandeling met God, begon er langzaam iets in te dalen. Als het écht een kleine bediening zou zijn… dan zou ik het kunnen. Uit mezelf. Met mijn eigen vaardigheden en kracht. Netjes binnen de lijntjes. Veiliger. Contro-leer-baar.
En toen voelde ik het: daar zit het probleem. Niet in ‘groot’ of ‘klein’, maar in mijn diepgewortelde drang naar controle. Veiligheid. Grenzen die ik zelf bepaal, zodat ik niet te diep hoef te gaan, niet te afhankelijk hoef te zijn.
Misschien draait het hier om: dat wat God voor me heeft, dat Hij me uit die comfortzone duwt. En dat het uit Zijn kracht zal zijn. En laat dat nu net het beangstigende zijn. Niet omdat ik Hem niet vertrouw, maar omdat ik mezelf zo krampachtig probeer te beschermen. En dat geeft stress. Niet straks. Nu al.
Bouwen ondanks breekbaarheid
En toen las ik iets wat me niet meer losliet: Jeremia 52:16. Daar staat dat de allerarmsten van het land mochten blijven om de akkers en wijngaarden te verzorgen. De restgroep. Het overschot. De mensen waar niemand grote verwachtingen van had. Geen podium, geen applaus, geen succesverhalen. Zij. Zij mochten blijven. Bouwen. Bewaren. De toekomst voorbereiden.
Wat een bizar idee eigenlijk. God kiest niet per se de invloedrijke, de zichtbare, de ‘insta-waardige’ mensen. Hij kiest vaak de getekenden. De vermoeiden. De vergeten mensen onderaan de ladder. Maar blijkbaar mogen juist zij het beloofde land verder vormgeven.
Ik ben niet financieel arm, maar ik voel me vaak innerlijk versleten. Getekend door ervaringen die ik niet eens altijd onder woorden kan brengen. En ja, soms voel ik me ook dat overschot.
Degene die niet voldoet aan de standaarden. Die denkt dat ze anderen tekortschiet. Die zich machteloos voelt, beperkt in kunnen, en soms zelfs geneigd is om zichzelf af te schrijven.
Maar wat als net dát de plek is waar God begint? Wat als Hij met ‘mijn overschot’ wíl bouwen? Niet ondanks mijn breekbaarheid, maar juist dáárdoor?
Zaaien zonder zeker te weten wat groeit
Misschien mag ik een stukje land bewerken. Niet flitsend. Niet groots in de ogen van de wereld. Maar trouw. Eerlijk. Eenvoudig. Waarschijnlijk zie ik de vruchten niet meteen. Misschien pas jaren later. Of helemaal niet. En misschien is dat goed.
Heb ik genoeg geloof om het toch te doen? Om niet te rennen omdat ik moet, maar te gaan omdat ik mág?
Ik weet het niet.
Wat ik wél weet, is dat er intussen een droom op papier staat.
Groot. Onmogelijk groot.
Te gek? Ja.
Te veel? Absoluut.
En toch ligt ze daar. En ik kan haar niet meer negeren.
Is het Gods plan? Ik weet het nog steeds niet. Maar ik probeer. Stap voor stap. Met trillende benen. Kloppend hart. En klamme handen.
In de hoop dat onderweg – in dat kwetsbare tussenstuk — Zijn plan zichtbaar wordt.
En misschien… als jij dit leest… zit jij daar ook.
Op de rand van iets waarvan je denkt: “Ik kan dit niet.”
Misschien hoef je het ook niet te kunnen.
Misschien is dat precies het begin.

Plaats een reactie