
Job 2:13 Zeven dagen en zeven nachten bleven ze naast hem op de grond zitten zonder iets tegen hem te zeggen, want ze zagen hoe vreselijk hij leed.
Rouw. Het is rauw. Het snijdt door je ziel en laat je achter met vragen, twijfels en een leegte die je niet kunt uitleggen. Toch lijken we als mensen steeds minder goed te weten hoe we om moeten gaan met onze eigen rouw, of met de rouw van anderen. Vaak vluchten we ervoor weg, of proberen we het snel glad te strijken met goedbedoelde oplossingen.
De vrienden van Job hadden gehoord van zijn ellende. In onze kerken wordt vaak negatief gesproken over hen, maar toen ik onlangs door het boek Job ging, raakte het me hoe ze zeven dagen en nachten stil naast hem zaten. Zeven dagen en nachten deelden ze zijn pijn, lieten ze zich raken door zijn verdriet en stonden ze samen met hem in de pijn en het verdriet.
Het afgelopen jaar voelde ik zelf ook momenten van diepe rouw. Wanneer ik dit deelde met anderen, merkte ik hoe snel we geneigd zijn met oplossingen te komen. Maar de vrienden van Job wisten op z’n minst zeven dagen te wachten voordat ze spraken. Wij lijken dat geduld verloren te hebben. Het voelt alsof we rouw niet meer kunnen ver – dragen. We willen antwoorden geven, controle houden, het probleem oplossen.
Waar zijn we eigenlijk bang voor?
Wat maakt dat we niet meer stil durven blijven bij de pijn van een ander?
Is het omdat hun pijn iets in ons losmaakt: een angst, een kwetsbaarheid, een herinnering, een oude wonde?
Ik hoorde iemand zeggen dat hij al jaren worstelt met ziekte, maar dat er nog nooit iemand gewoon naast hem is gaan zitten om te zeggen: “Wat zwaar voor je.” Geen stilte, geen aanwezigheid. Alleen gebeden, Bijbelteksten, psychologische termen of verhalen over eigen wonderlijke ervaringen.
Kunnen we nog echt stil staan bij een ander? Durven we dat?
Durven we de pijn van een ander binnen te laten, zonder meteen met antwoorden te komen?
Durven we toe te geven dat we God niet altijd begrijpen, dat Hij soms op onbegrijpelijke manieren werkt, verschillend voor ieder mens?
Kunnen we erkennen dat de pijn van een ander ook iets in ons raakt? Mag dat?
Echt naast iemand staan
Ik wil proberen om naast iemand te staan, zonder vooruit te lopen of te doen alsof ik het allemaal weet.
Niet om slachtofferschap te bevestigen, maar om moed en kracht te zien in hoe iemand zijn of haar lijden draagt.
Om stil te zijn, mee te voelen, en ruimte te geven aan wat er is.
Onlangs werd ik opnieuw geraakt door een stukje rouw in mezelf. Ik schreef er dit gedicht over. De pijn is vandaag minder intens dan toen, maar soms komt die rauwe golf toch weer onverwacht naar boven.
Rouw is rauw
Het gemis is heftig
als golven die breken op de kust
soms zacht strelend, soms met brute kracht
soms een stille dreiging, soms een plotselinge vloed.
Rouw laat zich niet vangen.
Steeds anders,
onbegrijpelijk,
ongevraagd, ongewenst.
Rouw is rauw.
Het snijdt door elke vezel,
maakt scheuren in wat ooit heel was.
Twijfels gloeien,
vragen branden,
dromen sterven voor ze kunnen vliegen.
Rouw is wat het is,
maar nooit wat het lijkt.
Niemand ziet echt
hoe rauw de rouw is in mij.
Uitdaging
Durven we stil te staan bij deze rauwheid?
Durven we te blijven zitten, zoals de vrienden van Job?
Niet om te spreken, maar om te zijn.
Niet om op te lossen, maar mee te dragen?
Misschien is dat wat rouw van ons vraagt: niet onze woorden, maar onze aanwezigheid.
Misschien hoeven we het niet perfect te doen. Alleen maar aanwezig zijn.Misschien is het juist daar, in de pijn die gedeeld wordt, zonder haast, dat nieuwe kracht geboren wordt. Stil, klein, maar echt.

Plaats een reactie