
De uitdaging van het ijs
Nog maar kort geleden schreef ik dat ik wil omarmen dat God mij ‘ontzagwekkend wonderlijk heeft gemaakt’ (Ps. 139:14). Toch worstel ik met te zijn wie ik ben. Mijn grenzen voelen broos, als ijs dat telkens dreigt te splijten onder de druk van verwachtingen.
De week van bidden en vasten bracht een doorbraak die ik nodig had. Maar een doorbraak betekent niet dat de weg daarna vanzelfsprekend is. Het doet me denken aan een wandeling die ik onlangs maakte. Ik had een lange tocht voor ogen, maar plots stond mijn pad volledig onder water. Links en rechts zag ik niets dan water. Teruggaan betekende een flinke omweg, vooruitgaan betekende het ijs breken en me door het koude water wagen.
Maar het ijs breken ging moeizamer dan verwacht. En zodra het brak, zakte het onder water, precies onder mijn voeten, waardoor het spekglad werd. Ik moest mijn tempo aanpassen, anders zou ik uitglijden, vallen en compleet nat worden. Ik voelde me onzeker, alert, en hoopte dat het niet te lang zou duren. Maar het water werd dieper en teruggaan was geen optie meer. Dus ging ik door – met natte sokken en doorweekte schoenen.
Zo zie ik de doorbraak die ik ontvangen hebt tijdens de week van bidden en vasten. Tijdens die week werd het ijs gebroken, maar wandelen op ijs dat onder water ligt is best spannend. Soms is het zoeken naar balans, zoeken naar ‘Wat had God nu weer gezegd?’ en ‘Hoe mag ik dit toepassen?’ Zoeken naar richting en soms best onzeker zijn.
Mensen om mij heen kijken met verwachtingsvolle ogen. Ze hopen dat ik een stukje van hun pijn draag, dat ik er altijd ben, dat ik aan hun verwachting voldoe, hun projecten steun en hun dromen help waarmaken. Ik zie hun worsteling, hun verlangen, hun pijn. Maar diep vanbinnen hoor ik een zacht maar resoluut ‘nee’. Ik kan niet. Ik wil niet.
Mag dat? Ja. Maar het blijft moeilijk om dat uit te spreken. Om te zeggen: nu even niet.
Soms ben ik bang om uit te glijden door de reactie van anderen. Soms moet ik opnieuw stabiliteit zoeken als ik een oordeel voel. En soms worden mijn sokken nat – doordat ik worstel met gedachten als: Ik wil niemand kwetsen. Ik wil niet teleurstellen. Ik wil niet afgewezen worden en alleen achterblijven.
Balans vinden
Toch wil ik doen wat God van mij vraagt. Ik wil leven zoals Hij mij bedoeld heeft. Maar die roeping botst met wat andere mensen nodig hebben en met mijn angst en dat maakt dat mijn stappen op het ijs voorlopig nog wankel zijn.
In de kern ben ik bang om los te laten wat anderen van mij denken. Bang om gekwetst te worden omdat ik niet geef. Bang voor de pijn die een ander misschien moet dragen als ik niet help.
Maar God is mijn houvast. Hij is de vaste grond onder mijn voeten wanneer alles glad aanvoelt. Hij is de veilige haven waar ik mag uitrusten. Soms voelt Hij ver weg, maar ik weet dat Hij er is. Mijn kwetsbaarheid mag er bij Hem zijn, want mijn angst is niet zomaar ontstaan. Hij kent mijn verleden. Hij kent mijn strijd. Hij kent mijn toekomst.
Als ik wil groeien in mijn geloof, betekent dat ook groeien in het herkennen en erkennen van Gods plan voor mijn leven. Stap voor stap leer ik, door Zijn genade, beter aan te voelen wat bij mij past en wat Hij voor mij heeft weggelegd. Dit is nog een leerproces – soms onzeker en kwetsbaar. Maar ik vertrouw erop dat Hij mij steeds sterker maakt.
We zijn een team. Hij als mijn Papa, ik als Zijn kind. Samen zoeken we verder.
Misschien herken jij dit ook. Dat je voelt dat God je een bepaalde richting op roept, maar dat het spannend is om oude patronen los te laten. Dat je zoekt naar balans tussen wat anderen van je verwachten en wat God van je vraagt. Maar weet: groei kost tijd. Het is oké om te zoeken, om soms even stil te staan, om je weg te vinden op glad ijs. God is erbij. Hij helpt je stap voor stap.

Plaats een reactie